In mijn blog van 27 januari 2025 ging ik in op de aansprakelijkheid van de bedrijfsmatige gebruiker.[1] Dit betreft een kwalitatieve aansprakelijkheid. Het gaat dan om de aansprakelijkheid wegens een bepaalde rol, hoedanigheid of kwaliteit zonder dat er zelf toerekenbaar onrechtmatig is gehandeld. Een andere kwalitatieve aansprakelijkheid is de aansprakelijkheid voor ondergeschikten. Zo kan dus een werkgever aansprakelijk worden gehouden voor de schade die door een werknemer is veroorzaakt. Er moet dan wel aan een drietal eisen worden voldaan: er moet sprake zijn van ondergeschiktheid, de schade moet zijn veroorzaakt door een fout van de ondergeschikte en er moet voldoende verband bestaan tussen de fout en de taak die aan de ondergeschikte is opgedragen.[2]
Â
De rechtbank Midden-Nederland heeft onlangs een uitspraak gewezen over de aansprakelijkheid voor ondergeschikten.[3] In dit blog ga ik op deze uitspraak in.
Â
Relevante feiten
Een vrouw liep letsel op tijdens een introductieles tackelen waar zij aan deelnam in het kader van haar opleiding. Meer specifiek is het letsel opgelopen tijdens het oefenen van een tackle met de docent. De vrouw heeft de onderwijsorganisatie aansprakelijk gesteld voor haar schade. De organisatie en haar aansprakelijkheidsverzekeraar denken er anders over, waardoor uiteindelijk een gerechtelijke procedure is opgestart.[4]
Â
Overwegingen
De rechtbank overweegt dat beoordeeld moet worden of dat de docent zijn zorgplicht heeft geschonden. Vanwege de verhouding tussen docent en leerling geldt er in beginsel zelfs een zwaardere zorgplicht. Tegelijkertijd mag van deze vrouw ook wel meer worden verwacht dan van een leerling tijdens een reguliere gymles op school. Het komt in ieder geval aan op de vraag of dat de docent heeft gehandeld als ‘een redelijk handelend en redelijk bekwaam docent.’ Gekeken moet worden naar de voorzorg, de uitvoering en de nazorg.
Â
De docent moet in de voorzorgfase de voorwaarden formuleren voor een veilige uitoefening van de sport. Hierbij is onder meer van belang dat dat de docent bevoegd is en dat de leerlingen voldoende instructies krijgen. Bij de uitvoeringsfase gaat het - waarschijnlijk niet geheel verrassend - over het handelen van de docent tijdens de les. Volgens de rechtbank heeft de docent in zowel de voorzorg- als de uitvoeringsfase steken laten vallen. Zo is onvoldoende gecontroleerd of dat de leerlingen geschikt schoeisel droegen. De vrouw droeg schoenen zonder noppen. Daarnaast was de vrouw bijvoorbeeld onervaren en verschilde zij bijvoorbeeld qua postuur met de docent. De docent had de situatie in de voorzorgfase beter moeten inschatten en de tackle in de uitvoeringsfase anders moeten uitvoeren. De docent heeft dan ook niet gehandeld als ‘een redelijk handelend en redelijk bekwaam docent’.[5]
Â
Oordeel en slot
In de voorliggende kwestie oordeelt de rechtbank Midden-Nederland dat de onderwijsorganisatie als werkgever van de docent aansprakelijk is voor de schade van de vrouw.[6] Wellicht vraagt u zich nog af of dat de onderwijsorganisatie de schade vervolgens kan verhalen op de docent zelf. Dit kan alleen als de schade is ontstaan door opzet of bewuste roekeloosheid van de docent.[7] Naar mijn mening is hiervan geen sprake. Â
Â
Heeft u letsel opgelopen door een ongeval en wenst u hulp bij het verhalen van uw schade? Neemt u dan gerust geheel vrijblijvend contact met ons op via 0800 667 84 66 of via info@nm-letselschade.nl. Met de juiste kennis en ervaring helpen wij u graag verder.
Â
Dit blog is geschreven door mr. E.W. (Elise) van Kempen, NIVRE-re, werkzaam bij NostimosMooyman.
Â
Â
[1] Zie https://nm-letselschade.nl/actueel/aansprakelijkheid-bedrijfsmatige-gebruiker .
[2] G.H. Lankhorst, in: T&C BW, commentaar op art. 6:170 BW, actueel t/m 1 maart 2025.
[3] Rb. Midden-Nederland 2 juli 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:3866.
[4] Rb. Midden-Nederland 2 juli 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:3866, r.o. 2.1.
[5] Rb. Midden-Nederland 2 juli 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:3866, r.o. 3.2, 3.3, 3.12-3.14.
[6] Rb. Midden-Nederland 2 juli 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:3866, r.o. 3.14.
[7] Zie artikel 6:170 lid 3 Burgerlijk Wetboek.